Schematherapie



Schemagerichte therapie is een vorm van therapie die bestaat uit een combinatie van cognitieve gedragstherapie, client­centered therapie, de psychodynamische theorie en de hechtingstheorie. Er wordt gebruik gemaakt van verschillende technieken overgenomen uit de gestalttherapie en er is veel aandacht voor de therapeutische relatie.

De therapie richt zich zowel op de problemen die de cliënt in zijn of haar huidige leven ervaart, als op ervaringen uit het verleden, die mede de oorzaak van de problemen zijn.
Schematherapie is een relatief nieuwe vorm van therapie en is specifiek ontwikkeld voor klachten en problemen die onvoldoen­de reageren op kortdurende vormen van cognitieve gedrags­therapie. Het gaat dan vaak om hardnekkige angst- of stemmings­klachten en langdurige problemen in het persoonlijk functioneren. Als deze problemen zo ernstig zijn dat ze uw leven voor langere periodes op allerlei terreinen negatief beïnvloeden, spreken we (soms) van persoonlijkheidsstoornissen.

Uitgangspunt van de schematherapie is het idee dat iedereen overtuigingen (of schema’s) over zichzelf en andere mensen heeft ontwikkeld. Die schema’s bepalen vervolgens hoe we situaties benaderen en aanpakken. Deze schema’s kunnen positief of negatief zijn. Voorbeelden van negatieve schema’s zijn: “ik ben niet de moeite waard”, “iedereen laat me uiteindelijk in de steek” of “anderen maken misbruik van mij”. Negatieve schema’s zorgen voor vertekeningen in het denken. Ze beïnvloeden ons gedrag op een manier die voortdurend tot problemen leidt. Deze schema’s zijn vaak vroeg in het leven ontstaan en een soort tweede natuur geworden. Daarom leiden ze vaak tot langdurige problemen in het functioneren.
In een schematherapie onderzoekt u samen met de therapeut welke schema’s verband houden met uw problemen.

U leert om de invloed van deze schema’s af te zwakken en gezondere schema’s op te bouwen. Er is aandacht voor ervaringen uit het verleden die geleid hebben tot de vorming van negatieve schema’s.
Door deze ervaringen met een meer neutrale, volwassen bril te bekijken, leert u om langzaam afstand te nemen van de negatieve conclusies die u ooit over uzelf of anderen getrokken heeft. Er wordt veel aandacht besteed aan de manier waarop schema’s doorwerken in uw relaties en ook hoe ze in de therapie zelf tot uiting komen.
Wanneer een of meerdere schema’s geraakt worden kan iemand in een bepaalde gemoedstoestand (modus) terecht komen. Een modus kenmerkt zich door bepaalde (intense) emoties en bepaalde gedragingen.

Er worden vier verschillende modi onderscheiden:
de gezonde volwassen modus (functioneel denken, voelen en doen)
de kinderlijke modi (basisschema's uit de kindertijd worden geactiveerd door gebeurtenissen die lijken op vroegere gebeurtenissen die aanleiding gaven tot de vorming van deze schema's; de modi worden gekenmerkt door heftige emoties die kinderlijk aandoen.)
de beschermende modi (staan voor de pogingen van het kind om zich aan te passen aan een leven met onvervulde emotionele behoeften in een schadelijke omgeving. Deze coping-modi vormden als kind een goede aanpassing, maar zijn in volwassen leven vaak slecht aangepast.)
de verinnerlijkte oudermodi (de houding van de ouder tegen het kind destijds is vaak verinnerlijkt en komt tot uiting in zelfstraf en afwijzing, met name wanneer de kinderlijke toestand geactiveerd wordt).

Bron: Schemagerichte cognitieve therapie voor persoonlijk-heidsstoornissen, praktijkreeks gedragstherapie, Arnoud Arntz en Suzan Bögels, Bohn Stafleu Van Loghum 2000.

Bij deze methode wordt gewerkt met het boek “Patronen doorbreken”, van H. van Genderen, Uitgeverij Nieuwezijds, Amsterdam 2012.

Schematherapie



Schemagerichte therapie is een vorm van therapie die bestaat uit een combinatie van cognitieve gedragstherapie, client­centered therapie, de psychodynamische theorie en de hechtingstheorie. Er wordt gebruik gemaakt van verschillende technieken overgenomen uit de gestalttherapie en er is veel aandacht voor de therapeutische relatie.

De therapie richt zich zowel op de problemen die de cliënt in zijn of haar huidige leven ervaart, als op ervaringen uit het verleden, die mede de oorzaak van de problemen zijn.
Schematherapie is een relatief nieuwe vorm van therapie en is specifiek ontwikkeld voor klachten en problemen die onvoldoen­de reageren op kortdurende vormen van cognitieve gedrags­therapie. Het gaat dan vaak om hardnekkige angst- of stemmings­klachten en langdurige problemen in het persoonlijk functioneren. Als deze problemen zo ernstig zijn dat ze uw leven voor langere periodes op allerlei terreinen negatief beïnvloeden, spreken we (soms) van persoonlijkheidsstoornissen.

Uitgangspunt van de schematherapie is het idee dat iedereen overtuigingen (of schema’s) over zichzelf en andere mensen heeft ontwikkeld. Die schema’s bepalen vervolgens hoe we situaties benaderen en aanpakken. Deze schema’s kunnen positief of negatief zijn. Voorbeelden van negatieve schema’s zijn: “ik ben niet de moeite waard”, “iedereen laat me uiteindelijk in de steek” of “anderen maken misbruik van mij”. Negatieve schema’s zorgen voor vertekeningen in het denken. Ze beïnvloeden ons gedrag op een manier die voortdurend tot problemen leidt. Deze schema’s zijn vaak vroeg in het leven ontstaan en een soort tweede natuur geworden. Daarom leiden ze vaak tot langdurige problemen in het functioneren.
In een schematherapie onderzoekt u samen met de therapeut welke schema’s verband houden met uw problemen.

U leert om de invloed van deze schema’s af te zwakken en gezondere schema’s op te bouwen. Er is aandacht voor ervaringen uit het verleden die geleid hebben tot de vorming van negatieve schema’s.

Door deze ervaringen met een meer neutrale, volwassen bril te bekijken, leert u om langzaam afstand te nemen van de negatieve conclusies die u ooit over uzelf of anderen getrokken heeft. Er wordt veel aandacht besteed aan de manier waarop schema’s doorwerken in uw relaties en ook hoe ze in de therapie zelf tot uiting komen.
Wanneer een of meerdere schema’s geraakt worden kan iemand in een bepaalde gemoedstoestand (modus) terecht komen. Een modus kenmerkt zich door bepaalde (intense) emoties en bepaalde gedragingen.

Er worden vier verschillende modi onderscheiden:
de gezonde volwassen modus (functioneel denken, voelen en doen)
de kinderlijke modi (basisschema's uit de kindertijd worden geactiveerd door gebeurtenissen die lijken op vroegere gebeurtenissen die aanleiding gaven tot de vorming van deze schema's; de modi worden gekenmerkt door heftige emoties die kinderlijk aandoen.)
de beschermende modi (staan voor de pogingen van het kind om zich aan te passen aan een leven met onvervulde emotionele behoeften in een schadelijke omgeving. Deze coping-modi vormden als kind een goede aanpassing, maar zijn in volwassen leven vaak slecht aangepast.)
de verinnerlijkte oudermodi (de houding van de ouder tegen het kind destijds is vaak verinnerlijkt en komt tot uiting in zelfstraf en afwijzing, met name wanneer de kinderlijke toestand geactiveerd wordt).

Bron: Schemagerichte cognitieve therapie voor persoonlijk-heidsstoornissen, praktijkreeks gedragstherapie, Arnoud Arntz en Suzan Bögels, Bohn Stafleu Van Loghum 2000.

Bij deze methode wordt gewerkt met het boek “Patronen doorbreken”, van H. van Genderen, Uitgeverij Nieuwezijds, Amsterdam 2012.

Schematherapie



Schemagerichte therapie is een vorm van therapie die bestaat uit een combinatie van cognitieve gedragstherapie, client­centered therapie, de psychodynamische theorie en de hechtingstheorie. Er wordt gebruik gemaakt van verschillende technieken, overgenomen uit de gestalttherapie en er is veel aandacht voor de therapeutische relatie.

De therapie richt zich zowel op de problemen die de cliënt in zijn of haar huidige leven ervaart, als op ervaringen uit het verleden, die mede de oorzaak van de problemen zijn.
Schematherapie is een relatief nieuwe vorm van therapie en is specifiek ontwikkeld voor klachten en problemen die onvoldoen­de reageren op kortdurende vormen van cognitieve gedrags­therapie. Het gaat dan vaak om hardnekkige angst- of stemmings­klachten en langdurige problemen in het persoonlijk functioneren. Als deze problemen zo ernstig zijn dat ze uw leven voor langere periodes op allerlei terreinen negatief beïnvloeden, spreken we (soms) van persoonlijkheids­stoornissen.

Uitgangspunt van de schematherapie is het idee dat iedereen overtuigingen (of schema’s) over zichzelf en andere mensen heeft ontwikkeld. Die schema’s bepalen vervolgens hoe we situaties benaderen en aanpakken. Deze schema’s kunnen positief of negatief zijn. Voorbeelden van negatieve schema’s zijn: “ik ben niet de moeite waard”, “iedereen laat me uiteindelijk in de steek” of “anderen maken misbruik van mij”. Negatieve schema’s zorgen voor vertekeningen in het denken. Ze beïnvloeden ons gedrag op een manier die voortdurend tot problemen leidt. Deze schema’s zijn vaak vroeg in het leven ontstaan en een soort tweede natuur geworden. Daarom leiden ze vaak tot langdurige problemen in het functioneren.
In een schematherapie onderzoekt u samen met de therapeut welke schema’s verband houden met uw problemen.

U leert om de invloed van deze schema’s af te zwakken en gezondere schema’s op te bouwen. Er is aandacht voor
ervaringen uit het verleden die geleid hebben tot de vorming van negatieve schema’s.

Door deze ervaringen met een meer neutrale, volwassen bril te bekijken, leert u om langzaam afstand te nemen van de negatieve conclusies die u ooit over uzelf of anderen getrokken heeft. Er wordt veel aandacht besteed aan de manier waarop schema’s doorwerken in uw relaties en ook hoe ze in de therapie zelf tot uiting komen.
Wanneer een of meerdere schema’s geraakt worden, kan iemand in een bepaalde gemoedstoestand (modus) terecht komen. Een modus kenmerkt zich door bepaalde (intense) emoties en bepaalde gedragingen.

Er worden vier verschillende modi onderscheiden:
de gezonde volwassen modus (functioneel denken, voelen en doen)
de kinderlijke modi (basisschema's uit de kindertijd worden geactiveerd door gebeurtenissen die lijken op vroegere gebeurtenissen die aanleiding gaven tot de vorming van deze schema's; de modi worden gekenmerkt door heftige emoties die kinderlijk aandoen.)
de beschermende modi (staan voor de pogingen van het kind om zich aan te passen aan een leven met onvervulde emotionele behoeften in een schadelijke omgeving. Deze coping-modi vormden als kind een goede aanpassing, maar zijn in volwassen leven vaak slecht aangepast.)
de verinnerlijkte oudermodi (de houding van de ouder tegen het kind destijds is vaak verinnerlijkt en komt tot uiting in zelfstraf en afwijzing, met name wanneer de kinderlijke toestand geactiveerd wordt).

Bron: Schemagerichte cognitieve therapie voor persoonlijk-heidsstoornissen, praktijkreeks gedragstherapie, Arnoud Arntz en Suzan Bögels, Bohn Stafleu Van Loghum 2000.
Bij deze methode wordt gewerkt met het boek “Patronen doorbreken”, van H. van Genderen, Uitgeverij Nieuwezijds, Amsterdam 2012.
Joh. Verhulststraat 96 (1 hoog), 1071 NK Amsterdam
T: (020) 753 18 88 - E: info@prinspsychotherapie.nl